Harmelen

De SHHV heeft een Projectgroep Harmelen

(klik op Projectgroep voor activiteiten, publicaties en geschiedenis)

Harmelen

De oeverwallen langs de Rijn waarop de Romeinen hun grensnederzettingen bouwden bleven ook na de ineenstorting van het Romeinse rijk een goede vestigingsplaats. Wat betreft Harmelen was van een dorp echter nog lang geen sprake.

Het ontstaan van Harmelen

In oude documenten wordt in 838 gesproken over Hera, dat door de bisschop van Utrecht wordt geschonken aan een zekere graaf Rutgert (of Rotgarius). De naam Hermalen of later Harmelen zou van Hera afkomstig zijn. Pas 400 jaar later komen we vermeldingen tegen die met zekerheid Harmelen betreffen, met vele variëteiten zoals Hermale, Harmalen, Hermalen, Ermale en Heremael. Ook de adellijke familie Van Hermalen, die in dit gebied bezittingen had, wordt regelmatig genoemd.

De oudste bewoning moeten we zoeken in Oudeland en Harmelerwaard, op de hogere kleigebieden. Deze gebieden vielen onder het kapittel van Oudmunster, dat recht had op de ’tijns’ een vorm van grondbelasting.

In de 11de en 12de eeuw werden in opdracht van de bisschoppen van Utrecht veel woeste veengronden ontgonnen. Het karakteristieke patroon van sloten en polders is onder meer in die periode ontstaan. De nieuwe boerderijen moesten bewoond zijn, zodat de verplichtingen uit het ’cope-contract’ konden worden nagekomen. De namen Teckop, Gervercop, Putcop en Reijerscop herinneren nog aan deze periode.

In 1279 is er voor het eerst sprake van een kerk in Harmelen, waardoor er met recht sprake kon zijn van de Harmelense gemeenschap.

De nieuw gestichte polders werden de nieuwe gerechten of heerlijkheden. Samen met het Oudeland en de Harmelerwaard vormden zij het kerspel Harmelen. In de Franse tijd werden de gerechten opgeheven. Daarna bestond de gemeente Harmelen uit de gerechten Harmelen, Haanwijk, Bijleveld en Harmelerwaard. De gemeente Gerverscop bestond uit de gerechten van Gerverscop en de Breudijk. Indijk en Teckop waren afzonderlijke gemeenten onder de provincie Holland. De Indijk werd in 1820 bij de provincie Utrecht en de gemeente Harmelen gevoegd. Reijerscop was een deel van de gemeente Veldhuizen. Vanaf

Huize Harmelen

In Harmelen dat eeuwenlang de grens tussen Holland en het Sticht vormde bestond in de 14e eeuw al een verdedigingskasteel. De bewoners waren aanvankelijk telgen uit de Utrechtse familie Van Zuylen. De ligging van het kasteel, dicht bij de Stichts-Hollandse grens, maakte het regelmatig tot doelwit van de strijdende partijen. Als gevolg hiervan werd het in 1374 en 1482 grondig verwoest; desondanks werd het in 1535 herbouwd op de oude gewelven en een jaar later als een riddermatige hofstad door de Staten van Utrecht erkend.

In 1672 werd het kasteel door Franse troepen geplunderd, waarbij het gebouw flinke schade opliep. Balthasar van Baexen verkocht het kasteel aan een niet-adelijk heer, Ludolph de Wit, procureur aan het Hof van Utrecht. De buitenplaats werd nog eenmaal in volle luister hersteld. Helena C.L. van Beusichem was in 1846 ambachtsheer van Harmelen geworden. Haar vader had het grondgebied rond het kasteel sterk uitgebreid en het gebied in een park herschapen. In deze periode ontstonden de duiventoren, Jachtrust en het koetshuis aan de Tiendweg. Lang heeft dit alles echter niet stand gehouden. In 1916 werd het landhuis gesloopt en de Utrechtse uitgever de Liefde liet op de kelders een grote villa bouwen. In de tweede wereldoorlog verdween de bovenbouw weer. En tenslotte is er toch weer een nieuw landhuis gebouwd op de oude fundering..

Dorp

Van ouds was Harmelen een agrarisch dorp. Pas in de laatste 50 jaar ontwikkelde het zich tot een bescheiden forensengemeente. Grote bekendheid geniet Harmelen door de treinramp in 1962 nabij de Putcop, waarbij een groot aantal mensen overleed of gewond raakte.

De dorpskern is in de jaren ’70 sterk veranderd. Voor een betere verkeersontwikkeling werden er veel panden gesloopt. Bij de Putcop is een industriegebied ontwikkeld, bestemd voor plaatselijke ondernemingen.

Bekijk in Google Maps →