De hervormde kerk van Harmelen

kerk 01
In 1279 is er al sprake van een kerkgebouw. Dit kerkgebouw zal een eenvoudig Romaans kerkgebouw zijn geweest waarin ook tufsteen verwerkt was. Van het huidige gebouw date­ren de toren en het koor uit 1400-1450 en het schip en transept uit 1450-1500. Het koor van middeleeuwse kerken was gericht op het oos­ten, naar Jeruzalem. De toren staat dan aan de westzijde. De van oorsprong een RK-kerk was gewijd aan St.Dionysius.

Als begin van de Reformatie wordt aangehouden 31 oktober 1517. Toen sloeg de monnik Maarten Luther zijn 95 stellingen op de slotkapel te Wittenberg. In ons land volgde men meer de Calvinistische lijn. Zowel Luther als Calvijn stelden de Woordverkondiging centraal. Daarom moest de preekstoel een centrale plaats innemen in het kerkgebouw en moest het gebouw soberheid uitstralen en niets moest afleiden van de Woordverkondiging.

Op 26 augustus 1581 geven de Staten van Utrecht een plakkaat uit waarin, zoals dat toen genoemd werd, de exercitie van de Roomse religie verboden werd. Pas 1589 kwam in Harmelen de eerste predikant in de persoon van Ds. Jacobus Hardenberch. Het was niet altijd gemakkelijk om de van oorsprong RK-kerkgebouwen in te richten voor de protes­tantse eredienst. Zie hiervoor de inrichting van de Hervormde kerk van Linschoten. In de Hervormde kerken van Harmelen en Montfoort is het opgelost door het koor van de kerk door een wand af te sluiten. De preekstoel staat in beide kerken tegen deze wand aan. In Harmelen is in het koor de consistorie. Nieuwere protestantse kerken werden direct ontworpen met goed zicht op de preekstoel. Zie hiervoor de Gereformeerde kerk van Harmelen en de Gereformeerde Opstandingskerk te Woerden.

Via de Woordverkondiging staat de Bijbel met daarin de boodschap dat Jezus Christus onze Verlosser en Zaligmaker is, centraal. Voor de Reformatie gelden de drie Sola’s als richtlijn. Te weten Sola Scriptura, door het Woord alleen, Sola Gratia, door genade alleen en Sola Fide, door het geloof alleen. Daarom staat boven de toreningang gebeiteld: Genade zij u en vrede. Daar heeft iedereen genoeg aan. Een kerkgebouw is ook een huis van emotie. Er worden huwelijken ingezegend, kinderen gedoopt, het Heilig Avondmaal gevierd en rouwdiensten gehouden. Dit alles is niet gering. Je kunt God in principe overal ontmoeten, maar bij uitstek is de kerk de ontmoetingsplaats met God.

Niet alles is mooi en goed wat er in de kerk gebeurt. Kerkgangers zijn dan ook gewone mensen met alle normale en abnormale hebbelijk- en onhebbelijkheden. Daarom is er ook voor iedereen plaats in de kerk. Niemand hoeft te zeggen daar pas ik niet…. Ons dorp kende in 1887 ook een afscheiding die men toen Doleantie noemde. De toenmalige Her­vormde predikant van Harmelen, Ds. Willem Ringnalda meende met een aantal gemeente­leden dat er voor hem geen plaats meer was in de Hervormde kerk omdat zij zich schaar­den achter de geschorste kerkenraad van Am­sterdam.

Hierdoor ontstond de Gereformeerde kerk van Harmelen. Zo’n gebeurtenis trekt diepe sporen in een dorpsgemeenschap zo ook in die van Harmelen. Die breuk wordt tot de dag van vandaag gevoeld. Het gevolg daarvan is dat door de jaren heen beide kerkgemeenschap­pen uit elkaar gegroeid zijn. Met de fusie tussen de Hervormde kerk, de Gereformeerde kerken en de Evangelisch Lutherse kerken van 1 mei 2004, zijn beide Harmelense Protestantse kerken weer onder één organisatorisch dak verenigd, alhoewel ieder zelfstandig blijft. De structuur van de nieuwe kerk biedt daarvoor alle ruimte.

Brand en herbouw

Op 23 juni 1900 brandt als gevolg van blikseminslag in de toren de Hervormde kerk totaal uit.
kerk 02

Alles wat branden kon was weg. Door het optreden van de heren P. Davelaar en Van Dam werd de archiefkast gered. De predikantsvrouw mevr. Nonhebel redde ook goe­deren uit de brandende kerk. Aanvankelijk was het plan de kerk te slopen en op dezelfde plaats een nieuwe kerk te bouwen. Men was voor een minder grote, comfortabel ingerichte kerk naar het ontwerp van architect E.G.Wentink te Schalwijk. Op 26 oktober 1900 ontvangt de Kerkvoogdij van de Hervormde gemeente bericht van het Ministerie van Binnenlandsche Zaken dat architect der Rijksmuseumgebouwen Dr. Cuypers is ver­zocht de monumentale waarde van de afge­brande kerk te beoordelen. Want instand­houding van de kerk en toren is in het belang van de Nederlandsche Kunst en Oudheid­kunde. De architect der Rijksmuseumgebou­wen is bereid geheel belangeloos desge­wenscht de noodige voorlichting daarbij te verstrekken.

Zo wordt op het kritieke moment afbraak van de kerkruïne voorkomen en werd de Burger­meester H.Ph.J. Baron van Heemstra er van overtuigd dat alleen restauratie in het belang van het dorp zou zijn. De Kerkvoogdij onder leiding van president kerkvoogd A. de Jonckheere van Harmelen, sloot zich daarbij van harte aan. Genoemde architect Wentink krijgt dan de opdracht om bestek en tekeningen voor herbouw van kerk en toren te maken.

Ar­chitect P.J.H.Cuypers was toen betrokken bij de reconstructie van kasteel De Haar te Haarzuilens. Het zal duidelijk zijn dat Cuypers geadviseerd heeft de kerk met toren te behouden. Het nieuwe plan van architect Wentink werd enthousiast ontvangen want de gehele gemeente stond als één man achter dit plan en gaf daaraan royale financiële steun. Zo verrees de oude kerk weer uit haar as zonder financiële steun van het Rijk. Een geweldige prestatie.

De aanbesteding van de kerk en toren was op 25 januari 1901. Het werk werd gegund aan aannemer N.Willemse te Vreeswijk voor f 33.505,- voor de kerk en f 13.235,- voor de toren, totaal f 46.740,- dat is c.a. € 19.150,- evenveel als wat een gewone auto nu kost. De kerk was verzekerd voor f 33.000,- en de toren voor f 20.000,-. Van het Classicaal Bestuur van de Hervormde kerk ontving de Hervormde gemeente bericht dat zij teleurge­steld is dat de opdracht voor het bouwen van de kerk is opgedragen aan een Rooms Katho­lieke aannemer. Ook was er teleurstelling voor het feit dat de architect geen lid bleek van de Hervormde Kerk. Verzocht werd de bouw van het orgel op te dragen aan een lid van de Her­vormde kerk. Kennelijk was de kerkvoogdij minder kritisch op bovengenoemd punt dan het Classicaal bestuur.
Bovendien had de kerkvoogdij ook rekening te houden met het burgerlijk bestuur die eige­naar was van de toren. Op 19 januari 1902 werd de kerk plechtig ingewijd. Omdat de toren van de burgerlijke gemeente was en is en de kerk van de Hervormde gemeente, wa­ren beide instanties betrokken bij de herbouw. De bouw van het orgel werd opgedragen aan orgelbouwer Bätz-Witte te Utrecht. Het orgel van zo­wel de Domkerk in Utrecht als de Petruskerk te Woerden zijn eveneens door orgelbouwer Bätz gebouwd. Het nieuwe orgel werd op 12 oktober 1902 in gebruik genomen. Het orgel is het laatste orgel dat door de orgelbouwers familie Bätz is gebouwd. Als zodanig is het ook een uniek instrument te noemen. Voor de op­levering van het orgel overleed J.F.Witte, de schoonzoon van Bätz. Onder leiding van M.Maarschalkerweerd werd het orgel voltooid door twee personeelsleden van de firma J.Bätz & Co.

De uitstraling van het kerkgebouw is enigszins Cuyperiaans en Neogotisch te noemen (zie tekening op voorblad). Hier­bij werd enige fantasie gebruikt bij de detail­lering van onderdelen. Zo zijn de raamtrace­ringen niet authentiek, evenals de Zaligspre­kingen die op de trekbalken zijn geschilderd. De betimmering is meer in de stijl van de Neorenaissance uitgevoerd. Aan het metselwerk is te zien welke delen na de brand vervangen zijn omdat er bij het inboeten een iets andere steen is gebruikt. Al met al beschikt de Her­vormde gemeente over een prachtig monumentaal kerkgebouw.

kerk 03

Op 19 juli 1901 melden de president kerk­voogd A.de Joncheere van Harmelen en D.Robbemond administrerend kerkvoogd aan de gemeenteleden dat de herbouw van de kerk totaal f 46.000,- heeft gekost en zij ver­zoeken om akkoord te gaan met het aangaan van een lening van f 12.000,- Kennelijk heb­ben inventaris en orgel nog c.a. f 12.500,- gekost.

De restauratie van 1977-1978

In de jaren 1977-1978 is het gebouw grondig gerestaureerd onder leiding van architecten­bureau Ir.T. van Hoogevest te Amersfoort. De restauratie vond plaats onder auspiciën van de Rijksdienst voor Monumentenzorg maar ……. er was toen nog geen subsidiegeld beschik­baar. De gehele restauratie werd aanvankelijk door de Hervormde gemeente zelfstandig be­kostigd.

kerk 04

Er was al jaren voor gespaard maar toch was er te weinig geld beschikbaar. Tij­dens de restauratie leverde een financiële ac­tie f 100.000,- op. Aanvankelijk was besloten de dakbedekking van het koor niet te vervan­gen. Maar bij nader inzien bleek die dakbe­dekking zo slecht dat die toch vervangen moest worden. Plotsklaps was dus de f 100.000,- weer be­steed. Gedurende de restauratie is alle dakbe­dekking vervangen en het metselwerk van de gehele kerk is opnieuw gevoegd. Ook alle ra­men inclusief de traceringen zijn verwijderd geweest en daarbij is alle loodwerk vervangen. In het koor was indertijd een ruimte getim­merd die goed te verwarmen was en waarin vergaderd werd. Dat alles werd verwijderd. Het gebouw is aangepast aan de minder valide medemens. Kortom het is een sieraad van ons dorp. Voordat de restauratie was beëindig kwam de beschikking voor de Rijkssubsidie af. Bij de ingebruikname van de gerestaureerde kerk op 18 december 1978 had de Hervormde gemeente dus geen extra geldzorgen meer. Dat was een geweldige opsteker. God is goed!

De redenering van de Rijksdienst om de sub­sidie versneld beschikbaar te stellen was mede ingegeven doordat het om een kerkgebouw ging dat zeer goed bezocht en veel gebruikt werd. Tegenwoordig wordt het gebouw zoals vele andere monumentale gebouwen regel­matig geïnspecteerd door de Monumenten­wacht.

Naast de preekstoel zijn in 1901 fraaie borden aangebracht met links de Tien Geboden en rechts de Twaalf artikelen van het Christelijk geloof. Het gebouw heeft een typische Pro­testantse sobere uitstraling waarin het goed toeven is. Tijdens de restauratie kerkte de Hervormde gemeente tijdelijk in het HI-gebouw dat inmiddels gesloopt is. In die tijd werd het meubilair, de kerkbanken, opgesla­gen in een loods aan de Dorpeldijk. Het was aanvankelijk de bedoeling deze banken niet opnieuw te schilderen.
Maar …….er kwam een grote storm waardoor de loods waarin de banken stonden opgesla­gen, instortte. Met als gevolg dat de kerkban­ken aanzienlijk beschadigden. Daardoor moesten de banken gerepareerd en geschil­derd worden, gelukkig op kosten van de ver­zekering. Dit schilderwerk was relatief erg duur omdat er een houtnerf opgeschilderd is. Men noemt dat “gehout”. Het is een knap stuk schilderwerk om de houtstructuur er op te schilderen. Niet elke schilder is daartoe in staat.

In het wekelijks gebruik voldoet het kerkge­bouw goed. De banken die er in staan hebben het voordeel dat je kunt inschikken bij extra veel kerkbezoek. Dit is niet mogelijk als er uitsluitend stoelen staan. Het koor, de consis­torie, is een fraaie ruimte maar minder ge­schikt om in te vergaderen vanwege de slechte akoestiek door de grote hoogte. De kerkruimte heeft een goede akoestiek. Protestanten zijn gek op gemeentezang! Dus dat wordt in elke dienst in ruime mate beoefend. Koren treden incidenteel op bij speciale gele­genheden. Dit is dan vooral het Chr. Gemengd koor van Harmelen. Elke zondag worden er een morgen- en avonddienst gehouden om 10.00 en 18.30 uur. Bij speciale gelegenheden is er de moge­lijkheid elkaar te ontmoeten onder het genot van een kopje koffie of thee in het nabijgele­gen kerkelijk centrum ’t Trefpunt. Inmiddels is ’t Trefpunt geheel ver­nieuwd en aan de huidige eisen aangepast.

Samenstelling: Jan Kwantes

Bronnen:

  • Archief Hervormde gemeente van Harmelen
  • De Hervormde gemeente van Harmelen, Au­teur Jac. De Bruijn, Uitgave December 1973
  • De orgelmakers Witte II, Auteur Dr.Teus den Toom, Uitgeverij J.J.Groen en Zoon Heereveen 1997