De Kloosterhoeve

Van Commanderije via boerderij naar vermaard restaurant

Door: Piet Baas, lid van de projectgroep Harmelen van de Stichts-Hollandse Historische Vereniging.

Het jaar 1288 wordt algemeen aanvaard als het stichtingsjaar van de Commanderije te Harmelen. In dat jaar gaf Herman van Woerden het Sint Catharijneconvent in Utrecht het recht om de plaatselijke pastoor in Harmelen te benoemen. Het Sint Catharijneconvent maakte deel uit van de Johanniter- of Malthezer ridderorde. Deze kloosterorde werd opgericht tijdens de kruistochten en de leden hadden aanvankelijk als hoofddoel de verpleging van de zieken en gewonden. Oorspronkelijk was het hoofdkwartier gevestigd in Jerusalem, maar door het optrekken van de Turken moest dit al spoedig verplaatst worden naar het Westen, via Cyprus en Rhodos werd het eiland Malta het hoofdkwartier. De orde omvatte 8 verschillende “Provincies”, verspreid over heel Europa.
Nederland hoorde bij de provincie Deutschland. Iedere provincie was verdeeld in Prioraten of Balijen. Tot de Balije van Utrecht behoorden uiteindelijk 7 commanderijen en zes kloosters, waaronder die van Harmelen.
Aanvankelijk werd de balier (commandeur van de balije Utrecht) benoemd vanuit Duitsland. Na verloop van jaren kregen ze meer zelfstandigheid en mocht Utrecht zijn eigen balier kiezen. De verschillende commanderijen van Utrecht zijn voor zover we weten 3 x bezocht door de ‘provincie Deutschland’, te weten in 1495, ca. 1540 en 1594 (de zogenaamde visitaties).
Oorspronkelijk zijn de Commanderijen stellig kloosters geweest, bevolkt door ridders, priesters en broeders met als hoofdtaak de verzorging van zieken en gewonden. Naarmate de Orde zijn goederenbezit zag toenemen, moest er voor een goed beheer worden gezorgd. Dit had vaak tot gevolg, dat de plaatselijke pastoor tevens functioneerde als commandeur. Ook de broeders in Utrecht beschouwden het als een promotie als zij werden benoemd tot Commandeur. In de loop der jaren zijn de kerk en de Commanderije gedeeltelijk verbrand, verwoest en herbouwd.
In 1744 bezocht de tekenaar Jan Beier Harmelen en maakte een tekening van “de Commanderije en Commandeurs Huijs te Hermelen”. Deze is later door de etser H.Spilman op koper gegraveerd.
Na de reformatie is de commandeur van Harmelen gevlucht naar Utrecht. Zijn baas, de commandeur van de Balije Utrecht (Balier Hendrik Barck), werd steeds meer beperkt in zijn bevoegdheden en na zijn dood in 1602 verbood de ‘Staten van Utrecht’ de broeders van het convent een nieuwe Balier te benoemen. De Staten benoemde vanaf die tijd zelf de rentmeesters welke de goederen van de Orde beheerde. In 1633 zijn de goederen door de ‘Staten van Utrecht’ verdeeld. Harmelen is toebedeeld aan de Ridderschap (de adel). In 1719 is Jan Volkers door de ‘Ridderschap, de tweede staat van het land van Utrecht’, benoemd in de Maltheser orde en benoemd als Commandeur van Harmelen. Hij betaalde hiervoor een aanzienlijke som en verwierf diverse goederen in Harmelen. De boerderij de Kloosterhoeve maakte hier deel van uit. Jan Volkers, de nieuwe commandeur, verhuurde deze boerderij tezamen met 21 morgen (= ca. 18 hectare) land met uitzondering van de “Commandeurskamer (opkamer) en een deel van de kelder”.

Hoeve01

In 1856 zijn de goederen in bezit gekomen van de heer Van Beusichem en in 1888 van de familie De Joncheere. De familie Van der Neut pachtte aanvankelijk de boerderij, maar kocht het een aantal jaren later van de familie De Joncheere. Eind vijftiger jaren van de vorige eeuw kwam de boerderij in een herverkavelingsproject. De heer H.Croiset kocht in 1960 de boerderij van de gemeente Harmelen. De heer Croiset voer in die dagen op cruise schepen van de Holland Amerika Lijn als chef de rang in het Caribisch gebied en keek uit naar een horeca gelegenheid op het vaste land. Na een ingrijpende restauratie, waar de heer Croiset zelf ook actief bij betrokken was, werd tijdens de Pinksterdagen van 1962 het restaurant “De Kloosterhoeve” geopend. Zo heette de oorspronkelijke boerderij van de familie Van der Neut.

Het restaurant ademt de rustieke romantische sfeer van een oude boerderij. De vloer bestaat uit de originele plavuizen. Het interieur is met antieke houten tafels en stoelen ingericht in oudhollandse stijl. In de eetzaal is nog steeds een 400 jaar oude schouw dominant aanwezig. In deze schouw werd speenvarken geroosterd, de specialiteit van De Kloosterhoeve. De heer Croiset had een goede neus voor de p.r. van zijn restaurant. Zo konden de gasten zelf in de uitstekend voorziene wijnkelder hun eigen wijn uitkiezen. Na het diner konden de gasten zich verpozen in de opkamer, die ingericht was als “gerstenatkamer”. Op de tafels stonden ouderwetse bierpullen en tabakspotten en er werd Gerverscopse kaas geserveerd. Langs de wanden pijpenrekken met lange stenen Goudse Pijpen. De pijpen konden de gasten voor f 0.95 kopen. De pijp kreeg dan de naam van de eigenaar en bleef na gebruik in de gerstenatkamer. Bij ieder bezoek aan het restaurant konden zij hun eigen pijp uit de rekken halen en deze vullen met tabak uit de tabakspotten. Bijna alle burgervaders en vele notabelen uit de omliggende gemeenten behoorden tot de “vaste pijprokers”. Na enige tijd verwaterde dit gebruik, maar de Goudse Pijpen vonden later gretig aftrek bij Amerikaanse groepen die het restaurant bezochten. Ik vermoed, dat menige pijp bij de overtocht naar Amerika is gesneuveld.
Ook slaagde de heer Croiset er in enkele televisie programma’s in De Kloosterhoeve te laten opnemen. De talk show met veel muzikale omlijsting “Mensen, mensen, mensen” van Gerard van den Berg (NCRV) werd in De Kloosterhoeve opgenomen. In 1967 vertegenwoordigde Thérèse Steinmetz ons land op het Eurovisie songfestival. Ze zong in De Kloosterhoeve zes liedjes waarvan uiteindelijk Ringe Dinge werd gekozen voor het songfestival.
Ook werden er in De Kloosterhoeve veel politieke zaken beklonken. Zo vergaderde Pieter van Vollenhove met zijn commissie regelmatig in De Kloosterhoeve. Ook Koningin Juliana en ZKH Prins Bernhard hebben De Kloosterhoeve bezocht. Dit ging uiteraard gepaard met veel veiligheidsmaatregelen in en nabij Harmelen.
Vele nationale en internationale beroemdheden zijn gast geweest van De Kloosterhoeve. Zelf zat ik samen met mijn vrouw en enkele collegae biochemici in 1981 aan een diner met Fred Sanger. Fred Sanger, tweevoudig (!) Nobelprijswinnaar bezocht Nederland op uitnodiging De Nederlands Vereniging voor Biochemie. Hij was “spreker van het jaar” en verzorgde drie lezingen over zijn werk in drie Universiteitssteden waaronder Utrecht. De eerste Nobelprijs kreeg hij voor zijn onderzoek naar methoden om de aminozuurvolgorde in eiwitten te bepalen, hetgeen culmineerde in de structuur bepaling van het hormoon insuline. De tweede Nobelprijs kreeg hij een aantal jaren later voor zijn pionierswerk bij de bepaling van de volgorde van de basen in DNA. Zijn bijdrage aan de biomedische wetenschappen en de geneeskunde was en is van onschatbare betekenis.
Hoewel De Kloosterhoeve eminente chef-koks in dienst heeft gehad, slaagde het er niet in een Michelinster te veroveren. Dit was voor een deel te wijten aan de vele luidruchtige bruiloften en partijen, die er ook werden gehouden. De bloemstukken, die bij deze gelegenheden aangeboden werden, werden bewaard in de oude pekelbaden in de wijnkelder. De lage temperatuur in de kelder zorgde voor een prima conservering.
Bij de restauratie en de aanleg van de toiletten stuitten de aannemers Dijkhof en Bakker op een onderaardse gang, die zij dichtmetselden. De onderaardse gang zou de kloosterboerderij verbinden met de Nederlands Hervormde kerk. Het bestaan van zo’n onderaardse tunnel wordt door sommige experts naar het rijk der fabelen verwezen, evenals de ondergrondse tunnel vanuit de duiventil naar het centrum van Harmelen, als vluchtweg voor de bewoners van huize Harmelen.
In 1987 werd de heer Franck Rodenburg de volgende eigenaar. Na een tiental jaren werd De Kloosterhoeve overgenomen door de heer en mevrouw Van Wonderen, die het na 2 jaar weer verkochten aan de vastgoedgroep van Paarlberg. Sinds 2007 is de heer Arne Flantuna de huidige uitbater. In de loop der jaren is de haute cuisine-formule verlaten, maar je kunt in De Kloosterhoeve nog steeds uitstekend en gezellig dineren, zoals vele inwoners van ons dorp kunnen beamen.

Dit artikel kwam tot stand na gesprekken en informatie verkregen van de heer H.Croiset, eerste eigenaar van De Kloosterhoeve, de heer A. Flantuna, de huidige uitbater van De Kloosterhoeve, de heer W.Terbruggen, 16 jaar medewerker van De Kloosterhoeve onder de heer Croiset en de heer H.Looman, lid van de projectgroep Harmelen van de Stichts-Hollandse Historische Vereniging.