Gedenksteen watersnood 1624

In het centrum van Harmelen bevindt zich de Dorpsbrug of Steenenbrug (voor 1900). Hier bevindt zich een driesprong van waterwegen, namelijk de Leidsche Rijn richting De Meern, de Bijleveld (vroeger Vleutense Rijn), de oorspronkelijke loop van de Rijn, en de Oude Rijn richting Woerden.

Rond deze brug vonden in het verleden alle activiteiten in Harmelen plaats. Historische bouwwerken in de omgeving van de brug zijn of waren de Hervormde Kerk, de Commanderije, aan de oostzijde de eerste katholieke kerk na 1795, toen alle kerkgenootschappen gelijkgesteld werden, en langs de Bijleveld richting Vleuten stond en staat nog steeds Huize Harmelen.

De brug bestond uit een in metselwerk uitgevoerde overkluisde brug met gietijzeren leuningen. In een later stadium is op de beide landhoofden een stalen brug gelegd om het toenemende verkeer het hoofd te kunnen bieden. In 1980 bleek de brug niet opgewassen tegen vooral de zwaardere voertuigen van 2000 kg. Derhalve is toen besloten om het brugdek te vervangen.

dorpsstraat2dorpsstraat1

Komend van Woerden stond aan de linkerkant voor de brug het huis van de familie Six, aan de rechterkant een eeuwenoud huis dat al lange tijd een obstakel was voor het verkeer. Bij diverse verbredingen en verhogingen van de brug is het huis van de familie Six 2,5 meter ingekort, de Rooms-katholieke pastorie aan de andere kant van de brug afgebroken en bij de laatste vernieuwing moest het eeuwenoude huis naast de brug wijken. Op de plaats van dit huis, bijna tegen de brug aan, bevindt zich een piepklein plantsoentje.

brug

Via wat ongemakkelijke afstapjes kan men bij een bankje komen met uitzicht op de Oude Rijn. Hier komen weinig mensen; er komt nooit zon en het drukke verkeer door de Dorpsstraat en over de Dorpsbrug produceert nogal wat lawaai. Wanneer men een paar stappen door de beplanting zet, bevindt zich aan de zijkant van het muurtje naar de brug, verstopt onder klimop, een gedenksteen. Inmiddels is de steen wat meer zichtbaar gemaakt en is het plantsoentje wat opgeknapt.

Op de steen staat “DE HOECTE VAN DE LECK 1624” en geeft de hoogte van de waterstand weer bij de overstroming van de Lek.

steen

Van Bemmel schrijft dat in het voormalige hoekhuis bij de brug een gedenksteen was aangebracht, die aangaf hoe hoog het water toen stond ter plaatse, waarbij het jaartal 1726 wordt genoemd: dit is onjuist want de steen is uit 1624. De steen zou dan overgebracht zijn naar het pand van Six, aan de overkant. In het pand van Six was volgens ooggetuigen de steen destijds op een uiterst onwaarschijnlijke grote hoogte, ca 2 meter boven de brug, ingemetseld. Dat huis is gesloopt en daar bevindt zich nu het bedrijf van Gert-Jan de Vos.

De steen zou dus nu weer ongeveer op de oorspronkelijke plaats zijn aangebracht. Volgens anderen heeft de steen zich altijd onder de brug bevonden, en was alleen zichtbaar voor wie daar met een bootje langs voer.

De situatie in 1624
Het was kennelijk omstreeks 1624 geen leuke tijd. In het “Overzicht grootschalige ongevallen in Nederland” staat op 11 januari 1624 “onze” overstroming in het Lekgebied genoemd, tussen het kapseizen van een vissersschip in de Haarlemmermeer in juni 1623 en een oproer na prijsstijgingen in Haarlem in juni 1624. In de winter 1623-1624 heerste er hongersnood met hoge sterfte en er was in 1624 ook een pestepidemie in Amsterdam, Dordrecht en Groningen, waarbij 20% van de bevolking overleed.

Overstromingen vanaf de veertiende eeuw
Het tegenhouden van het buitenwater was in die tijd een groot probleem. Vanuit het zuiden was er steeds de dreiging van de overstromende Lek en van het Noorden uit de vernietigende kracht van het binnendringende water van de Zuiderzee. Woerden en de omgeving hebben daar de gevolgen van ondervonden. In 1496,1508, 1509, 1514 en 1624 waren er doorbraken van de Lekdijk en in 1570, 1625 en 1675 door het wegslaan van de IJ- en/of Zuiderzeedijken.

Verder moeten nog apart doorbraken in 1575 en 1672 genoemd worden omdat de wateroverlast waar Woerden toen mee te maken kreeg, veroorzaakt werd door het opzettelijk doorsteken van de dijken. In 1575 gebeurde dat om Woerden en Oudewater te ontzetten van de belegering door de Spanjaarden. In 1672 probeerden de Fransen de ‘Hollandse-Waterlinietruc’ tegen de Hollanders te gebruiken door de Lekdijk door te steken.

In het begin van de veertiende eeuw waren er veel overstromingen, die voor geweldige overlast hadden gezorgd. Het veengebied was door de bodemdaling laag komen te liggen en werd kwetsbaar voor overstromingen. In 1321 brak de Lekdijk bij Vreeswijk door en zette grote delen van het Sticht en Holland onder water. Het jaar daarna gebeurde hetzelfde. In mei was het gat in de dijk gedicht, maar een uitzonderlijk laat hoog water zorgde een maand later voor de derde rampzalige overstroming in anderhalf jaar.

De overstromingen leidden tot het oprichten van de hoogheemraadschappen van de Lekdijk Bovendams en Lekdijk Benedendams. Ze vormden voor de graaf van Holland tevens aanleiding om het Groot-Waterschap van Woerden in 1322 op te richten. Het Groot-Waterschap werd aanvankelijk, tot de oprichting van het Groot-Waterschap Bijleveld en de Meerndijk in 1413, belast met het onderhoud van de Meerndijk. De Meerndijk is een noord-zuid lopende dijk van de Hollandsche IJssel via De Meern naar de hogere gronden bij de Oude Rijn. De dijk had tot doel om overstromingswater uit het oosten te keren. Naast het onderhoud van de waterkeringen was het Groot-Waterschap belast met de zorg voor de afwatering. Het bleef een voortdurende worsteling om het overtollige water af te voeren. Aanvankelijk gebeurde dit via de Oude Rijn.

Wat gebeurde er in 1624?
In deze periode waren de winters kouder (de kleine ijstijd) en konden in de Lek ’s winters gevaarlijke ijsdammen ontstaan, die tot overstromingen konden leiden. Dat was het geval in 1638, maar niet bij de doorbraak in 1624. Die was toe te schrijven aan de slappe ondergrond van de dijk. In 1638 heeft weer een zeer grote overstroming plaatsgevonden, ditmaal wel doordat er ijsdammen ontstonden en het water niet kon wegstromen. over deze overstroming bestaat weinig documentatie.

Aan de noordzijde van de Lek was een dijk aangebracht van ruim 32 km lang en hij liep vanaf Amerongen (aan de rand van de Utrechtse heuvelrug) naar het Klaphek bij Vreeswijk, de Lekdijk Bovendams genaamd. Bij het Klaphek was in de vroege middeleeuwen een dam gelegd om de Hollandsche IJssel af te dammen. De Bovendamse dijk was een problematische dijk. Hij lag op een ‘derrieachtige staal’, een slappe veenachtige ondergrond. Door dit euvel had men voortdurend te kampen met verzakkingen. Toch was de Lekdijk Bovendams behalve een voortdurend zorgenkindje ook de zwaarste van alle Nederlandse rivierdijken. Er werd voortdurend aan vertimmerd en versterkt. De dijk was van groot belang, omdat achter dit gedeelte van de Lekdijk door een hoogteverschil van enkele meters binnen een betrekkelijk korte afstand bij een doorbraak het rivierwater in snel tempo naar de lager gelegen gebieden zou stromen. Binnen de lijn Amsterdam-Haarlem-Den Haag-Gouda-Utrecht zou het land geheel onder water komen te liggen. Met name de vele Hollandse droogmakerijen, waarvan de grootste dateerden van de 19de eeuw en die tot wel vijf meter of meer beneden de zeespiegel konden liggen, zouden tot aan de kruinen van hun dijken vollopen.

De dijkdoorbraak in 1624 begon op 1 januari ter hoogte van “Het Waal”, bij het Oudslijkerveer, hectometerpaal 274/ 275″. Pas op 5 januari kwam het college van dijkgraaf en heemraden bijeen. Ze besloten de beide einden van de dijk te beschoeien met rijshout en tot het aanleggen van een ringkade rond het gat; mocht deze ringkade niet dicht te krijgen zijn, dan zou men hem sluiten door in het laatste gat een schip met aarde te laten zakken. Helaas was er geldgebrek en in de loop van januari 1624 ging een afvaardiging van het Lekdijkcollege bij de Staten van Utrecht, de Staten van Holland en bij verschillende Hollandse steden op bezoek. De Staten, Rotterdam en Gouda zegden hulp toe. Kennelijk werd de ringdijk aangelegd, want uit een Statenresolutie van 25 februari 1624 blijkt dat de nieuw aangelegde ringkade weer doorgebroken is.

De doorbraak op 1 januari vond plaats onder relatief gunstige omstandigheden; de waterstand was niet bijzonder hoog. Maar doordat het herstel mede door geldgebrek zo traag ging, zijn zeer uitgebreide stukken land onder water komen te staan. Uit stukken van de Staten van Holland: “Het water overstroomde alle landen ten Noorden en Noordwesten tot Schoonhoven, Gouda; maar omtrent de Kopierskade, bij Alphen, Koudekerk, en Woerden werd het afgedamd, zoodat er groote ellende was, met vluchten, als anderszins, waardoor het met de tijd mede naar Amstelland en de Veenen zette, zoodat men binnen de stede Amsterdam de sluizen ontsluisd zag en zonder slot, binnen en buiten even hoog en boven peil; de landen buiten lagen alle onder, zoodat ze haar betoonde als voor de bedijking, toen Holland met de zee gemeen lag.”

De laatste keer dat een dergelijke ramp zich had voltrokken was in het jaar van overstroming van onze gedenksteen 1624, toen een enorm gebied vanaf de Lek tot Amsterdam uiteindelijk onder water stond.

Pas op 14 september vond de aanbesteding plaats van een definitieve dijkreparatie. De getroffen waterschappen hadden zich beklaagd bij de Hollandse en Utrechtse Staten over de enorme schade; de kwestie werd ook in de Staten Generaal besproken en deze wendden zich op 4 oktober 1624 tot de Staten van Utrecht om zodanige maatregelen te nemen dat “de voorsz. Leckendijck behoorlicken ende volgens de dijckbrieven nach werden gemaeckt”.

Daarna was er nog een grote doorbraak geweest in februari 1747. De schade bleef toen beperkt, hoewel toch nog een belangrijk deel van het Sticht werd geïnundeerd. Gelukkig viel het water snel en na een maand konden de polders worden leeggemalen.

Zo geeft het terugvinden van een oude steen, die bijna onzichtbaar was geworden, aanleiding tot een historisch overzicht van de strijd tegen het water in onze omgeving, de eeuwen door. En wie weet wat ons nog te wachten staat met de toenemende wateroverlast door de klimaatverandering en de doorgaande inklinking en bodemdaling van West-Nederland.

Maar in Harmelen is weer een bijzonder dorpsmonumentje zichtbaar geworden. Het zou wat beter toegankelijk moeten zijn, want het is niet makkelijk om een blik op de steen te kunnen werpen. Het beste is deze vanaf de brug te bekijken, maar dat is te ver weg om de tekst te kunnen lezen. Vermeldenswaard is dat het onderste deel van de voetgangersbrug uit zeer oude zeer grote stenen bestaat. Mogelijk zijn die afkomstig van de sloop van kasteel Harmelen, of betreft het een veel ouder brugfundament. Dit is nog een onderzoek waard.

In 2007 stond in het AD een artikel dat verscheen naar aanleiding van de dijkversterkingen die begin 21e eeuw werden begonnen.

Sfeer Lekdijk verandert
Bijna zes kilometer is er nog te gaan. Dan zijn alle rivierdijken in het Groene Hart voorlopig weer op sterkte. Het laatste stukje dijk, 5700 meter lang om precies te zijn, dat nog niet aan de eisen voldoet moet de Lek tussen Schoonhoven en Bergambacht in toom houden. De rest van de Lekdijk, en die langs de Hollandse IJssel, werden al onder handen genomen. Met soms ingrijpende gevolgen voor het zo typische rivierenlandschap. Ook de bewoners op het grondgebied van Schoonhoven en Bergambacht staan ingrijpende veranderingen van het vertrouwde uitzicht te wachten. Dijkbewoner De Jong betreurt vooral dat de bomen zullen sneuvelen: “Jammer dat die moeten verdwijnen. Ik heb ze nog meegemaakt dat ze werden geplant, zeventig jaar geleden.” (Algemeen Dagblad, 8 juni 2007)

Samenstelling:
Hans van der Spiegel m.m.v. Nico Wensveen
April 2007

Bronnen:

  • Bemmel, J. van, “Harmelen, kasteel, kerk en kerspel”
  • Giebels, Ludy , ‘Waterkrijg en wie keert het water? De maatschappelijke discussie rond de verhoging van de Lekdijk Bovendams in 1880’, in deel 61 (1998) 226-250, Publicaties NEHA-jaarboek: Register 1996-1998
  • Gottschalk, M.K.E., Stormvloeden en rivieroverstromingen in Nederland, Delen I, II en III, Assen 1971-1.
  • Haartsen, Adriaan,“Het land van Woerden”, blz. 57. de overstromingen van de lek in 1321 en de aanleg van de Meerndijk.
  • Ven, G.P. van de (red.), Leefbaar laagland. Geschiedenis van de waterbeheersing en landaanwinning in Nederland. ISBN 978-90-5345-190-8
  • Vliet, Dr. Martina van, Het hoogheemraadschap van de Lekdijk Bovendams : een onderzoek naar de beginselen van het dijkrecht in het hoogheemraadschap, voornamelijk in de periode 1537-1795 gepubliceerd in 1961 bij van Gorcum & Comp. N.V..