Het Wapen van Harmelen

Een advertentie uit 1811, ten tijde van Napoleon, maakt al melding van een publieke veiling op 28 december van dat jaar. Albertus van Heteren kocht “Het Wapen van Harmelen”, gelegen ten westen van de Kerksteeg en aan de achterkant grenzend aan het jaagpad van de Oude Rijn. Ook kocht hij een stukje grond schuin tegenover de herberg, ten oosten van de Hervormde Kerk, waarvoor hij erfpacht moest betalen aan de kerk. Zo stond het omschreven in de acte die Cornelis Berkestein en Grietje van Rooyen bij notaris Gerrit Cornelis Buddingh hadden laten opstellen tegen de somma van 3200 gulden. Zoals gebruikelijk bij een openbare verkoping moesten er borgen worden gesteld. Dat waren Matthijs Knijff, landbouwer en Monsieur Jan Zaad, chirurgijn. De brandverzekering voor herbouwwaarde was 3000 gulden, maar er werd door de Brandwaarborg te Utrecht eerder een hypotheek verleend van 5000 gulden.

In de kadastrale atlas uit 1832 staat vermeld: De Herberg Het Wapen van Harmelen vormde in zekere zin het kloppend hart van de gemeente. Hier kwam sinds mensenheugenis het gemeentebestuur bij elkaar. De ruimte waar de beraadslagingen plaatsvonden werd de rechtkamer genoemd, waardoor de herberg bekend stond als het rechthuis. Pas in 1868 kreeg Harmelen een eigen gemeentehuis. Ook waren er tal van toneeluitvoeringen, fancy-fairs, danslessen, dansavonden, kookcursussen en naailessen en avonden van de in 1929 opgerichte sociëteit “de Harmonie”. De plaatselijke schietvereniging had er zijn domicilie, filmvoorstellingen werden er gegeven en tijdens de Tweede Wereldoorlog was “Het Wapen van Harmelen” distributiekantoor en tevens huisvesting van de Ortskommandantur. Er was ook een paardenstalling. Talloze vergaderingen o.a. van waterschappen, bruiloften, recepties, wijnfeesten, carnavalsavonden, biljartvereniging, uitspanning, school en zelfs een uitvaartdienst werden binnen de muren van het hotel gehouden. Zelfs een tandarts hield twee keer per week zitting in de achterzaal, het café was wachtkamer. “Het Wapen van Harmelen” was ook meldpunt voor de brandweer en had een sirene op het dak die, naar gelang de ernst van de brand, drie, zes of tien keer loeide.

De herberg telde vijf vertrekken en werd in 1832 gedreven door Annigje van Leusden, de weduwe van Albertus van Heteren. Er was een overdekte kolfbaan welke benaming die zaal tot op heden nog steeds heeft. De herbergierster was tevens stalhoudster, waagmeesteres en verhuurster van een paard. Niet alleen de gemeentebesturen vergaderden in de herberg, maar ook diverse polderbesturen. De notaris hield hier tevens openbare verkopingen en aanbestedingen.

Achter de herberg lag een losplaats en daar was ook het vertrekpunt van de veerdiensten naar Utrecht, Amsterdam, Woerden en Gouda. Het pand bleef eigendom van de familie Van Heteren tot 1894. Op 12 juni 1894 vond volgens akte bij notaris Dirk Robbemond te Harmelen een openbare verkoping plaats door de nabestaanden van Albertus van Heteren waarbij de volgende onroerende goederen bij Harmelen werden verkocht: Het Wapen van Harmelen en een huis met een ernaast gelegen paardenstalling, sectie B nummers 341 en 342, tezamen 4 are en 62 centiare groot voor de somma van 14.000 gulden aan Antonius Jacobus Maria van Houten, bloemkweker te Heemstede. Uit deze akte blijkt het volgende:

De weduwe Van Heteren bewoonde het huis sectie E nummer 1256, dat werd verkocht pet 1 augustus 1894.
De weduwe Van Heteren mocht beschikken over de aardappelen en andere vruchten die rijp waren van sectie E 1255, 1256 en 1257 en wel tot 1 september 1894
Het Wapen van Harmelen en het huis ernaast bleven tot eind 1896 verhuurd aan Johannes Knijff voor 600 gulden per jaar
De woning naast Het Wapen van Harmelen bleef gedurende het gehele leven van Aletta Spijkerman door haar in gebruik zonder enige vergoeding.
Hieruit blijkt dus dat Johannes Knijff het Wapen van Harmelen huurde van Hendrika Clasina Versteegh, de weduwe van Albertus van Heteren. Op 15 september 1886 vraagt Knijff vergunning aan om sterke drank te mogen verkopen. Hij is dus circa acht jaar huurder en exploitant geweest.

wvh1904

Wapen van Harmelen (1904)

Hierna werd het Wapen van Harmelen eigendom van de familie Stelling. De reden dat Hermanus Stelling het pand kocht was dat de heer Van Houten in 1902 o.a. een paardentractie naar Utrecht exploiteerde. Hij ontving daarvoor op jaarbasis van de gemeente een subsidie van 200 gulden, het jaar daarop 250 gulden. In 1904 ging hij over op een stoomautobusdienst Harmelen-Utrecht. Dit was de eerste stoombusdienst in Nederland. In het jaar 1904 ging Van Houten failliet. Hermanus Stelling nam niet alleen Van Houten’s herberg over, maar ook diens aandelen van de stoomautobusdienst Harmelen-Utrecht. De bus reed tot 1 juni 1905.

Nadat Hermanus Stelling de herberg had gekocht bleef in de jaren daarna alles bij het oude. Rond 1910 vond er een kleine verbouwing plaats aan de voorgevel van het pand. De kleine ramen werden vervangen door hoog openslaande deuren. De stal naast het café werd geheel vernieuwd. In deze stal werden de kazen en de varkens gewogen en op zondag werd de stal gebruikt voor de uitspanning van paarden. In 1935 kwam de eerste grote verbouwing. Het café en het woonhuis werden gesloopt en er kwam een geheel nieuw pand.

Wapen van Harmelen (2004)

Wapen van Harmelen (2004)

In juni 2004 bestond Hotel Het Wapen van Harmelen 100 jaar. Ter gelegenheid hiervan is het boekje “100 jaar Het Wapen van Harmelen” door Hans Stelling uitgebracht. bovenstaande tekst en afbeeldingen zijn daaruit overgenomen.