De Breudijker molen en “Het Wilde Veld”

Historische schets

De polder Breudijk ligt ten noorden van Harmelen. Reeds in de 16de eeuw maalden twee windmolens, waaronder de Breudijkermolen het water uit de pol­der. De molens staan op de kaart van ” Het Hooghe Heymraedschap van de landen van Woerden” uit 1670. De polders tussen Harmelen en Woerden ken­nen een eeuwenlange rijke historie. Zowel wat be­treft flora en fauna en ook wat betreft de strijd tegen het water rondom de meanderende Oude Rijn.

breudijk 01

De Breudijkermolen heeft er al vanaf circa 1550 ge­staan. In de archieven van het waterschap Woerden zijn processtukken over de Breudijkermolen uit 1581(!) aangetroffen. Het betreft een kort geding gevoerd door de Dijkgraaf en Hoogheemraden van Woerden tegen o.a. Sebastiaan den Wijs, schout van het Kapittel van Sint Pieter en Hendrikus Stell, rent­meester van Sint Catharijne van Utrecht. Het geding betrof de betaling van gelden terzake het repareren van de watermolen in de polder Breudijk. Het Hof van Utrecht heeft op 22 december 1581 het Water­schap in het gelijk gesteld. De originele stukken be­vinden zich in het Archief van het Waterschap Woer­den.

In de herbouwde Breudijkermolenvoet zijn foto’s van de originele documenten tentoongesteld. De foto van de Breudijkermolen is gemaakt in 1904 en geeft de Breudijkermolen weer zoals die in 1753 in gebruik is genomen.

Het is één van de twee molens die de Polder Breudijk op basis van windkracht droogmaal­den. Het was een type Grondzeiler, achtkantig met een bovenkruier.De gehele molen was rietgedekt. Het is bekend dat dergelijke molens regelmatig vlam vatten en geheel of gedeeltelijk afbranden. Uit de overlevering is bekend is dat er in de Breudijkermo­len wel eens brand uit is gebroken. Gelukkig is de Breudijkermolen niet geheel afgebrand. Echter na honderdvijftig jaar trouwe dienst moest de achtkantige molen in 1904 plaats maken voor een stoomgemaal, waardoor de bemaling niet meer afhankelijk was van de wind.

Uit de oorspronkelijke blauwdruk, gedateerd 1903, uit het Archief van het Waterschap van Woerden blijkt dat werd besloten voor het fundament van het stoomgemaal gebruik te maken van het bestaande fundament van de achtkantige molen. Er werd een rechthoek van gemaakt door drie palen te slaan in de hoeken. Daarnaast werden 9 palen geslagen om een veertien meter hoge stenen schoorsteen te kunnen dragen. Tevens werd een zogenaamde. machinistenwoning gebouwd waarin de machinist en zijn gezin onderdak vonden.

Via een open verbinding met de Oude Rijn varen, gedurende tientallen jaren, schepen met kolen over de Oude Rijn tot aan het Gemaal Breudijk om het gemaal van de benodigde brandstof te voorzien. Dit was de beste manier om het gemaal te bereiken. Uitsluitend via een kade met verschillende zogenaamde. klap­hekjes was het geïsoleerde gemaal over land te be­reiken.

Uiteindelijk werd overgegaan op elektriciteit om het gemaal aan te drijven. De stoomketel raakte hierdoor buiten gebruik. In de eerste helft van de jaren zestig vond in de polder Breudijk een ruilverkaveling plaats en ook de waterhuishouding werd aangepakt waardoor in 1964 het gemaal Breudijk buiten werking kwam. Als gevolg van de ruilverkaveling kwam ook een einde aan de geïsoleerde ligging. De Wildveldseweg werd aangelegd: een (doodlopende) weg was nodig om de 5 nieuwe boerderijen te bevoorraden. Het gebouw kreeg voor het eerst een adres: Wildveldseweg 17.

breudijk 02

De machinisten woning was verzakt en werd ge­sloopt. De zoon van de laatste machinist van het gemaal Breudijk kocht het buiten werking geraakte gemaal en bouwde het om tot woonhuis; de schoor­steen werd omgehaald en de stoomketel en alle metalen aandrijvingen inclusief het schoepenrad werden verwijderd. De Breudijkermolenvliet werd om het gebouw heen gelegd.

In het midden van de jaren 80 verkreeg de huidige eigenaar het voormalige gemaal en voerde een aan­tal verbeteringen in en aan het gebouw door. Onder de grond bevinden zich nog steeds de fundamenten van de Breudijker molen uit 1550.

‘Het Wilde Veld’

Kees en Corry Vernooij wonen ca. 25 jaar in de polder Breudijk nabij Harmelen en zij hebben bijzondere aandacht voor zowel de cultuurhistorische waarde van hun woonomgeving alsook voor de flora en de fauna van de polder. Toen zij in de gelegenheid kwamen om een voormalige boomgaard van 5400 m2 naast hun huis aan te kopen, gingen zij daar graag op in. Met dit braakliggende stuk land wilden zij de natuur de gelegenheid geven terug te komen in dit deel van de polder Breudijk. Daarnaast wilden zij een relatie leggen met de historie van de Breudijkermolen.

Zij zijn in contact getreden met de stichting Hugo Kotestein, De Monumentencommissie, Stichting de Kievit in Harmelen, de Vereniging voor Landschapsbeheer Vleuten- De Meern en Hoveniersbedrijf Sjaak Baardwijk uit Groot Ammers, om een visie te ontwikkelen op deze unieke locatie met zoveel historie. Om een mooie verbinding te maken met de historie van deze omgeving is alles in het werk gesteld om zoveel mogelijk de authentieke vorm van de voet van de Breudijkermolen te reconstrueren. Gebruik is gemaakt van de originele maatvoeringen van de “Verdwenen Breudijker Molen” ( zie ook de molen-database), een achtkantige grondzeiler. De fundamenten van de originele molen bevinden zich nog altijd onder het voormalig stoomgemaal aan de Wildveldseweg nr. 17.
breudijk 03

Daar het te kostbaar is om de molen volledig te herbouwen, is herbouwd tot de zogeheten “spatzolder”. Zo krijgt het de vorm van een molenvoet; de onderkant van de verdwenen achtkantige molen Breudijk. Hiertoe is een tekening gemaakt op basis van de gegevens van de het kenniscentrum op het gebied van molens in Nederland: de vereniging “de Oude Molen in Amsterdam. In de herbouwde molen­voet is Nederlands riet verwerkt uit Nieuwkoop met een dikte van 30 centimeter. In de molen bevond zich natuurlijk het overbrengmechanisme van de watermolen naar het scheprad. In de overblijvende beperkte ruimte werd geleefd door de molenaar en zijn gezin. Wanden en bedsteden werden getimmerd van grenen kraaldelen. Deze grenen kraaldelen zijn ook in de herbouwde molenvoet aangebracht.

Dit alles heeft geleid tot een Inrichtingsplan ‘Het Wilde Veld’, waarbij de ruim halve hectare braaklig­gende grond, een lustoord wordt voor inheemse planten, vlinders en vogels. Door middel van water­peilverhoging zal de oorspronkelijke vegetatie terug­keren. Een natuurplas en amfibieënvijver is aangelegd waar aan de oevers 1400 stuks inheemse moerasvegetatie is aangepland en spontaan ontstaan: o.a. riet, grote en kleine lisdodde, egelskop, zwanenbloem, guichelheil, waterdrieblad, moerasspirea, watergentiaan, kikkerbeet, watermunt, de gewone dotterbloem, de blaartrekkende boterbloem, grote waterweegbree en kattenstaart. Tevens is een geriefbosje en een struweel aangelegd met tientallen eiken en ruim 500 inheemse bomen en struiken : o.a. gelderse roos, veldesdoorn, lijsterbes, sleedoorn en haagbeuk.

Dit vormt een voedselrijke habitat voor zeldzame en bedreigde vogels, zoals deze voorkomen op de rode lijst van Vogelbescherming Nederland met ernstig bedreigde vogelsoorten. Deze vogels zoals de koekoek, de ringmus, de huismus, de gele kwikstaart, de spotvogel en de matkop zullen op dit perceel de mo­gelijkheid krijgen zich te voeden en te vestigen, Wul­pen, puttertjes spechten, het witgatje, de tjiftjaf en de koperwiek, de ijsvogel, de visdief en de karekiet zijn meerdere malen waargenomen. Een stelletje torenvalken heeft al verschillende jaren 3 tot 4 jongen grootgebracht.Voor vlinders en insecten zijn er in de luwte bloemenweides met inheemse planten aangelegd. Ook is voldoende brandnetel aanwezig voor de voorplanting van de verschillende soorten vlinders.

Kikkers, padden en andere amfibieën hebben zich al in dit waterrijke gebied gevestigd. In de vijvers groeit krabbescheer om ruimte te bieden aan de groene glazenmaker libel, Deze libel legt haar eitjes uitsluitend in de bloem van de krabbescheer waterplant. Deze libel staat op de rode lijst voor bedreigde diersoorten. Tevens is een ooievaarsnest geplaatst. Verschillende keren zijn reeds ooievaars op het per­ceel gesignaleerd.

Een educatief cultuurhistorisch bezoe­kerscentrum

Om een bijdrage te leveren aan het instandhouden van het cultuurhistorisch erfgoed in de polder Breudijk tussen Harmelen en Woerden, besloten Corry en Kees Vernooij het terrein daarom (beperkt in verband met de noodzakelijke rust) open te stellen voor bezoekers en educatieve doeleinden gericht op de overdracht van (historische) kennis aan belangstel­lenden en vooral ook aan kinderen.

Om dit vorm te geven is een ruimte gecreëerd in de vorm van een replica van de voet van de verdwenen Breudijkermolen. Hier kan men zich kan laten informeren over:

  1. het ontstaan van de polder en de monumentale waarde ervan
  2. de verschillende stadia van bemaling: wind, stoom, elektra/computergestuurd. Veel historisch (foto-)materiaal is door de familie Vernooij de afgelopen jaren verzameld.
  3. de inheemse flora; het belang van en het behoud van zeldzame bloemen en planten
  4. de inheemse fauna: vlinders, insecten, amfibieën, vissen en vogels. Tevens is het mogelijk voor bezoekers om vanuit dit gebouw, vogels(en vlinders) te spotten en hun balts- en broedgedrag te volgen met verrekijkers, zonder daarbij de dieren te storen.

Op verzoek kunnen vanuit het bezoekerscentrum rondleidingen over het gebied plaatsvinden. Voor de bezoekers van het natuurterrein bestaat de mogelijkheid om koffie, thee, chocolade of fris te nuttigen. Op het perceel is een oud houten schuurtje met pannen te bezichtigen waar de voormalige fruitplukkers konden schuilen bij slecht weer. De replica van de voet van de verdwenen Breudijkermolen is gesitueerd voor de natuurplassen, het geriefbosje en de bloemenweiden, zodat er voor de bezoekers goed zicht is op alles wat leeft, bloeit en groeit in het na­tuurgebied.

Bezoekerscentrum Breudijkermolen staat in het na­tuurgebied ‘het Wilde Veld’, Wildveldseweg 17 in Harmelen. Voor verder informatie zie www.breudijkermolen.nl.

Bron:
Met toestemming overgenomen van www.breudijkermolen.nl