Makelaershuys

Zoeken in het verleden
Huijs01
Door: Ad van Rooijen, lid van de projectgroep Harmelen van de Stichts-Hollandse Historische Vereniging
Huijs02
Ik werd verzocht om iets te schrijven over het Makelaershuis aan de Dorpsstraat. Ondanks alle technische bronnen bleek dat geen eenvoudige zaak. Als geboren Harmelenaar wist ik dat hier vroeger het gemeentehuis van Harmelen was gevestigd en misschien niet zo interessant: mijn klasgenootje woonde hier, Marijke van Koningsbruggen, de dochter van de burgemeester. Ze was niet de enige, aan de overkant woonde Ank van Veen, de dochter van de bakker en in Dorpswelvaren woonde Joke van Galen, de dochter van de schipper. Dit was de plek waar op Koninginnedag de aubade werd gehouden.
Na deze historische feiten ging ik op zoek in Google. Het pand was een monument. De lijst met Rijksmonumenten in de provincie Utrecht bracht me niet veel verder. Het pand bleek Rijksmonument nr. 20814 te zijn, een gepleisterd statig herenhuis met rechte kroonlijst en gebouwd in de 18e eeuw.
De site van het archief in Woerden leverde direct een prachtige foto op van het oude gemeentehuis. Tevens stond vermeld dat het pand op 24 maart 1868 voor 8200 gulden was gekocht uit de boedel van W.H.J. Robert. Na een kleine verbouwing werd het pand in augustus 1868 als gemeentehuis in gebruik genomen. Deze functie bleef tot 1977 behouden.
De verwijzing naar het boek “Harmelen Geschiedenis en Architectuur” levert het volgende artikel:
’In de jaren vijftig van de twintigste eeuw werd het pand ingrijpend verbouwd. Toch bleek het raadhuis al snel te klein. In 1977 verhuisde de gemeente daarom naar een nieuw raadhuis aan het Raadhuisplein. De naam Makelaershuys is sindsdien aan het pand gegeven.
Het herenhuis stamt uit 1775-1800 door samenvoeging van twee panden, dat duidelijk te zien is aan de achtergevel. Het pand heeft een rechthoekige plattegrond en telt twee bouwlagen onder een afgeplat, met geglazuurde gesmoorde pannen gedekt schilddak. De achterzijde van het pand heeft echter twee schilddaken met een nok haaks op de weg het ‘voorhuis’ bevindt zich in elk schild een tweetal dakkapellen met houten wangen.
De gevels zijn bepleisterd en witgeschilderd en aan de bovenzijde voorzien van een geprofileerde kroonlijst. Het pand heeft voornamelijk zesruits schuifvensters. Vroeger waren deze voorzien van persiennes, waardoor het zonlicht werd getemperd.
De voorgevel telt zes traveeën. Links van het midden bevindt zich de hoofdentree bestaande uit een paneeldeur met bovenlicht, omgeven door een houten omlijsting met kroonlijst.
Rechts is het twee bouwlagen tellende koetshuis met plat dak. De rechterzijgevel bevat eveneens een entree in een geprofileerde houten omlijsting alsmede een aantal schuiframen.. De achtergevel heeft schuifvensters, een entree met bovenlicht en een gietijzeren overkapping met glasruiten.’
Met deze gegevens gaan we naar het gemeentearchief in Woerden. Daar blijkt dat de bouwtekeningen tussen 1868 en 1950 niet aanwezig te zijn. Er is bij de verhuizing van het archief van Harmelen naar Woerden een foutje gemaakt, waardoor veel tekeningen spoorloos zijn.
Bij een belangrijk monument mogen we ons de vraag stellen: wie heeft het laten bouwen en wie is de architect. De architect is niet bekend maar vroegere bewoners wel.
W.H.J. Robert
Voordat de gemeente het pand in 1868 kocht was W.H.J. Robert eigenaar. Nadat hij het pand van Jacoba Lekkerkerker had gekocht vestigde hij zich op 29 maart 1866 in Harmelen, waar hij slechts een jaar heeft gewoond.
Jacoba Lekkerkerker werd op 6 januari 1829 geboren in Kamerik Htd. als dochter van Johannes Lekkerkerker en Grietje Oskam. Ze trouwde 18 juni 1852 met Philippus de Bruijn. Haar man was landbouwer maar woonde in het centrum van Harmelen. Helaas overleed hij op 24 maart 1861 en zo werd Jacoba al vroeg weduwe en mede-eigenaar van de niet onaanzienlijke bezittingen van Philippus. Als weduwe met vier jonge kinderen viel het niet mee een bedrijf te runnen. Ze huwde met Jacob Eeftinck Schattenkerk uit Aarlanderveen. Jacob trok bij haar in en op 5 maart 1864 werd een dochter geboren. Bij haar doop in de Hervormde Kerk kreeg zij de namen Jacueline Jeanne Petronella Marie. En u hoort het al aan de namen, haar man was niet achter in Gerverscop geboren.
Jacob voelde zich kennelijk niet goed thuis in Harmelen en besloot te verhuizen. De vaste goederen werden te koop aangeboden en op 18 mei 1865 vertrok Jacoba met haar kinderen en haar man naar Zwammerdam.
Philippus de Bruijn was een van de acht kinderen van Jan Wouter de Bruijn en Aagje de Bree. Hij werd op 16 augustus 1820 in Harmelen geboren in het huidige Makelaershuis. Hij trouwde op 31 jarige leeftijd met Jacoba Lekkerkerker. Philippus was landbouwer en overleed op 40 jarige leeftijd op 24.03.1861. Het echtpaar kreeg 4 kinderen, die alle vier volwassen werden en trouwden.
Jan Wouter de Bruijn
Jan Wouter werd geboren in Harmelen omstreeks 1785. Hij trouwde met Beatrix Hofland, dochter van Philippus Hofland en Aagje Verbree. Zij overleed in Harmelen op 33 jarige leeftijd op 18.04.1825. Slechts twee van de acht kinderen werden volwassen.
Jan Wouter overleed in op 72 jarige leeftijd in Harmelen op 17.04.1857.
Jan Wouter was van beroep koopman en bouwman, geen bouwvakker maar gewoon boer.
Cornelis de Bruijn, geboren ca. 1740, was getrouwd met Aaltje Romijn, dochter van Jacob Romeijn en Barbara van Waaij. Barbara overleed 19 april 1820, ze was toen 78 jaar en Cornelis overleed 15 november 1824 op 84 jarige leeftijd.
Cornelis kocht in de periode 1782-1805 69,5 morgen land, een wagenschuur, een hofstede, twee huisjes onder een dak, een schuur en een hooiberg en een huis zijnde twee woningen.
Dirck de Bruijn, weduwe van Anna Blom, hertrouwde (in 1732) met Maria Westveen, dochter van Jan Westveen en Cornelia van Vliet uit Nieuwersluis. Dirck was schipper in Harmelen, en bezat in 1755 twee huizen, deze lagen links en rechts van de brouwerij van Johannes van Bijleveld. Dirck schonk in 1771 het schippershuis aan zijn zoon Cornelis, evenals het daarnaast staande kaashuis van twee verdiepingen, paardenstal en pakhuis. Kort hierna kwam Dirck te overlijden. In de periode 1735-1765 kocht hij 17.5 morgen land en 5 huizen.
Huijs03

Na deze opsomming blijft de vraag: wie liet het huidige Makelaershuys bouwen, onbeantwoord. Een ding is zeker; alle zes personen hadden voldoende kapitaal om het zich te veroorloven.
Volgens de experts is het pand gebouwd in de tweede helft van de 18e eeuw. Hierdoor vallen in principe J.W. de Bruijn, zijn zoon en schoondochter, Ph. de Bruijn en J. Lekkerkerker en W.H.J. Robert af. Dirck de Bruijn overleed op hoge leeftijd in 1772. Dan is de meest logische opdrachtgever Cornelis de Bruijn.
Dirck en Cornelis de Bruijn waren succes volle ondernemers, die hun kapitaal in vastgoed vastlegden. Men vindt alleen aankopen van land en huizen. Verkopen kunnen er wel zijn maar dan via een andere notaris.
Ook Jan Wouter was een geslaagd zakenman. Evenals zijn vader en grootvader was hij schipper. Schippers kwamen in andere steden en hadden tijd voor andere activiteiten. Dit wordt bevestigd door de patentbelasting die Jan Wouter moest betalen.
In 1810 bestond de patentbelasting, een soort ondernemersbelasting. Boeren hoefden deze niet te betalen, omdat zij via grondbelasting aangeslagen werden. Voor de rest werd iedereen die min of meer een eigen negotie had, aangeslagen.
Ook voor weelde werd er patentbelasting betaald. Zo mocht Juffrouw N. de Bruijn geb. Duyndam 5.10.0 betalen voor het dragen van haarpoeder, evenals Mr. Adr. Van Beusechem en N.P. van Beusechem.
Onder de ondernemers werden ook gerekend de knechten van klompenmakers, smeden, timmerlieden en schippers, overigens waren die maar –.10.—verschuldigd (notatie in guldens.stuivers.penningen).
Winkeliers en kruideniers betaalden 1. 2.–
Tappers slagters en de paardendocter 3. 6.–
G. Kamerik, broodbakker 4. 8.–
Mr. A.van Beusechem als advocaat 4. 8.–
J. Lenssinck broodbakker 4. 8.–
D. en J de Bruijn grossiers 5.10.–
A. van Heteren als kolfbaanhouder 6.12.–
C. van Berkestein als kolfbaanhouder 6.12.–
D. en J. de Bruijn springen daar ver boven uit en worden aangeslagen als kooplieden met een bedrag van 27.10.–
Uit al deze gegevens mag je concluderen dat de familie De Bruijn opdrachtgever is geweest voor de bouw van het Makelaershuis. Dat de familie goede zaken deed is ook te zien in de gegevens van het kadaster in 1832. Aan grondbezit springt Adriaan van Beusichem er boven uit met 267,4195 Ha, gevolgd door B. Lenssinck met 81,7670 Ha en als derde J.W. de Bruijn met 53,3791.
Het kadaster geeft ook inzicht in de vorm en plaats van de bouwwerken. Nu komen we in de problemen. Het huidige gebouw heeft een breedte van ca. 13,8 meter en een diepte van 14,4 meter. In 1832 is de bebouwing aanmerkelijk meer. Naast een grote stal of pakhuis van 12 bij 5 meter tot aan het jaagpad, is aan het hoofdgebouw aan de linker zijde meer bebouwing. Totaal ca 45 vierkante meter. Dit zal toch niet alleen een klompenhok, buitenplee en tuinschuur zijn? Het antwoord blijven we schuldig.

Het thema van de open monumentendag is: Nieuw gebruik Oud gebouw.
Het gebouw heeft in eerste instantie dienst gedaan als woning als schippershuis, gemeentehuis en makelaarskantoor.
De eerste burgemeesters van Harmelen waren tevens gemeentesecretaris. Dit hield in dat het gemeentearchief door de burgemeester thuis werd bewaard. De raadsvergaderingen werden in het rechthuis gehouden, het huidige hotel restaurant Het Wapen van Harmelen. De regering was na verloop van tijd hier niet gelukkig mee. Eerst besloot men dat een nieuwe burgemeester niet tevens gemeentesecretaris mocht zijn. In 1858 werden de gemeenten door de provincie geadviseerd om een eigen raadhuis aan te schaffen.
Op 24 maart 1868 werd het woonhuis door de erven van deken W.H.J. Robert geveild en verkocht aan de gemeente voor f. 8.200,–. Precies vijf maanden later werd het pand als gemeentehuis van Harmelen in gebruik genomen door burgemeester P.A. Walland.
Het interieur werd gewijzigd. Hiervoor vond op 20 april 1868 de aanbesteding plaats voor het timmer- en metselwerk. Arie van Heteren, Jo-hannes Gebbink en Pieter Krommenhoek, drie plaatselijke ondernemers schreven op de werkzaamheden in, waarna P. Krommenhoek het werk mocht uitvoeren.
J. Gebbink kreeg de verbouw van het koetshuis toegewezen. Het voorste gedeelte bleef koetshuis en stal. In het achterste gedeelte kwamen twee arrestantenlokalen en de overige ruimte werd ingericht om de brandspuit te plaatsen.

Lijst van burgemeesters van Harmelen.
1. Nicolaas Philippus van Beusichem, 1802-1818
2. G.N. Buddingh, 1818-1850
3. J.C. de Bruyn, 1850-1866
4. P.A. Walland, 1866-1871
5. E. Adema, 1872-1879
6. D.O. Heldewier, 1879-1895
7. H.Ph.J. Baron van Heemstra, 1895-1907
8. A. Blankestijn, 1907-1919
9. Th.P.J. Elsen, 1920-1927
10. J.W. Henderson, 1927-1939
11. H.A.J.M. van Koningsbruggen, 1939-1951
12. W.H. Baron Taets van Amerongen van Renswoude, 1950-1952
13. C.F. de Roo van Alderwerelt, 1952-1954
14. Drs. J.G.C.J. Timmermans, 1954-1971
15. Mr. A.G. Smallenbroek, 1971-1976
16. Drs. J.H. Burger, 1976-2000

De eerste drie burgemeesters hebben geen gebruik gemaakt van het oude gemeentehuis. P.A. Walland nam het gemeentehuis in gebruik en Drs. J.H. Burger sloot de deur. Drs. H.A.J.M. van Koningsbruggen was de laatste burgemeester die van de woning gebruik maakte.
Daarna werd het tijdelijk verhuurd aan dokter Buitenhuis, tot zijn nieuwe woning aan de Joncheerelaan gereed was. Vervolgens gebruikte notaris H. de Greef het tijdens de verbouwing van zijn eigen woning.
In 1955 werd het pand weer aangepast. Bij deze verbouwing verdwenen de luiken en de statige intree met stoep en hekwerk. Al eerder in 1930 werd het gemeentearchief overgebracht naar het koetshuis, dat als brandvrije archiefbewaarplaats werd ingericht.
In 1969 volgde er nog een aanpassing. Dit betrof:
a. Gedeelte van de keuken tot kamer sociale zaken en wachtkamer.
b. De opkamer en kelder tot toiletruimte en keukennis.
c. De bestaande berging tot spreekkamer.
Deze verbouwing werd geraamd op f. 24.200,–. Ondanks deze verbouwing bleek het pand te klein. In 1977 verhuisde de gemeente naar een nieuw raadhuis aan het Raadhuisplein 1. Sindsdien is de naam Makelaershuys aan het pand gegeven, wat alles te maken heeft met het feit dat Sijmons Dolata hier gevestigd is.

Met dank aan het streekarchief in Woerden, RHC Rijnstreek en Lopikkerwaard.
Ad van Rooijen.

Tot slot,
Het onderzoek bracht veel gegevens naar boven, die nu niet zijn gepubliceerd. Er bleven nog vele vragen onbeantwoord en de bouwgeschiedenis is nog niet duidelijk. Wellicht komt hier nog een vervolg op.

De voorplaat toont het huis in 1913 ter gelegenheid van het 100-jarig onafhankelijkheidsjubileum. Deze plaat werd door burgemeester A. Blankestijn uitgereikt aan J.H. van Dommelen, gemeente-veldwachter van Harmelen en Veldhuizen. Op 22 sept. 1927 overleed deze op 54 jarige leeftijd, toen hij om 12 uur nabij de School met de Bijbel van zijn fiets was gevallen.