Station en spoorweg bij Harmelen

In 1981 stond er in de krant dat een tweede station in Woerden de bereikbaarheid zou vergroten. In het grijze verleden was een station een vereiste voor de economische vooruitgang. Harmelen bleef niet achter. De spoorlijn Utrecht-Gouda werd op 21 mei 1855 in gebruik genomen en de exploitatie was in handen van de NRS, de Nederlandsche Rijn-Spoorwegmaatschappij. De lijn was geen HSL traject. Vanuit Utrecht passeerde de trein achtereenvolgens de haltes Vleuten, Harmelen, Woerden, Papenkop, Hekendorp, om na 32 km station Gouda te bereiken. Een kaartje 3e klas Harmelen-Utrecht kostte f. 0,40 en een kaartje naar Gouda f. 0,50. Wilde men eerste klas reizen dan betaalde men voor een reis van Utrecht naar Gouda f. 1.80.

Het tracé waarvoor werd gekozen is opmerkelijk. De kortste route tussen Vleuten en Woerden gaat precies door het dorp Harmelen. In die tijd was dat geen probleem, integendeel het was goedkoop en de reizigers werden voor de deur afgezet. Dit tracé viel bij de ambachtsheer van Harmelen, mevr. H.C.L. Van Beusechem, niet in goede aarde. De ambachtsheren hadden jaren gestreefd om rond het kasteel aaneengesloten grondbezit te verkrijgen. En dat was prima gelukt.

station 01station 08






het kasteel Huize Harmelen


Het bezit omvatte ruwweg al het land tussen de Harmelerwaard, via de Leidse Rijn naar het dorp en vandaar naar de Breudijk tot aan Kortjak en vervolgens via de Bijleveld weer richting het kasteel. Nog steeds staan er bij het begin van de Joncheerelaan en bij de Tiendweg twee zuilen met de tekst “Huize Harmelen”. Zo werd duidelijk aangegeven dat men op privé-terrein kwam. Zonodig kon men een balk tussen de palen leggen waardoor het terrein van de ambachtsheer werd afgesloten.

De nieuwe spoorlijn zou zijn landgoed in tweeën splitsen, terwijl het kasteel met zijn landerijen en bossen er op dat moment zo prachtig bij lagen. Het kasteel was net gemoderniseerd en aanleg van bossen en tuinen had kapitalen gekost.

station 02

Het koetshuis

Het koetshuis was verplaatst naar de Tiendweg en in de weilanden tussen het dorp en kasteel werd een duiventoren geplaatst, als symbool van rijkdom en macht. Jagtrust met het Vijverbos vormde op zich al een fraai geheel en was een jachtgebied. De komst van een trein zou de rust allen maar verstoren. Het mag duidelijk zijn, de plannen van de N.R.S. strookten niet met de ideeën van de kasteelheer. Mede hierdoor werd het tracé met een wijde boog om Huize Harmelen gelegd.

Het traject over Harmelens grondgebied had slechts een lengte van 2600 meter. Dat nam niet weg dat het tracé tussen de Bijleveld in Vleuten en de Leidse Rijn bij Woerden achtereenvolgens de gemeentegrens van Harmelen-Kamerik-Harmelen-Gerverscop-Harmelen doorsneed tot ze eindelijk over de Rijn bij de Putkop Woerden bereikte. Voor deze strook waren er niet minder dan 23 transacties nodig. Bijgevolg werden er vele percelen doorsneden en waren er diverse overpaden en bruggen nodig.

De haven

De haven

In de omgeving van de Putkop werd voor f. 6.000,– een terrein aangekocht van Thomas Willem van Oudleusden, groot 250 bij 125 meter. Hierop verrees het eerste station van Harmelen. Voor de aanleg van de spoorweg werd er langs de Rijn een aanlegplaats gegraven, een haventje voor het lossen van bouwmateriaal. Dit was tot voor kort nog in gebruik door de Fa. Ekelschot en lag tussen de overweg en de gesloopte Kleinjansbrug. Deze hulpvaart werd gebruikt als overslagplaats van goederen van trein op schip.

Voor de veiligheid en toezicht op de spoorbaan werden er verschillende huizen gebouwd voor de opzichters. Deze konden zo nodig dienst doen als station of directiekamer. Deze huizen stonden bij de overweg in de Putkop en aan de Breudijk. Om de grote steden Amsterdam en Rotterdam makkelijker bereikbaar te maken werd het net met de lijn Harmelen-Breukelen uitgebreid. Hierdoor nam het transport aanmerkelijk toe. In 1869 was dit baanvak gereed en het werd twee jaar later van dubbelspoor voorzien.

Op het station van Harmelen was het een drukte van belang. In 1875 vervoerde men vanuit Harmelen totaal 22.427 personen, gesplitst in 737 personen 1e klas, 2761 2e klas, 18.679 3e klas plus 250 militairen. Vanwege de toegenomen drukte kon men niet meer met het primitieve stationnetje volstaan. In 1869 werd een nieuw station met restauratie in gebruik genomen. Men vond het ontwerp van het station zo geslaagd dat het type “Harmelen” nog vele keren op andere plaatsen werd gebouwd.

Harmelen werd nog belangrijker toen de trein uit Leiden niet in Woerden maar in Harmelen stopte vanwege de gebrekkige outillage in Woerden.

station 04station 05

station 07Nadat in 1913 in Woerden een nieuw station was aangelegd verloor Harmelen zijn betekenis. Het lijntje werd op 3 nov. 1914 stopgezet. Na 1919 kwam het station weer in gebruik, maar met een frequentie van één trein in de morgen en één in de middag was dit van geen betekenis.

Aan het station was een buffet verbonden, dat werd beheerd door de familie Tijhaar, eigenaar van Café “De Putcop”. Doordat het vervoer van personen sterk verminderde, mede door een regelmatige busdienst, verloor Tijhaar een bron van inkomen. Om de klandizie te verhogen bood hij de bevolking aan om klanten met een coupeetje te halen en te brengen.

De grote financiële tekorten noodzaakten de Spoorwegen om vele kleine stations te sluiten. Op 15 mei 1936 werd het personenvervoer gestaakt. Het beheer van de los- en laadplaats werd overgedragen aan de stationschef van Woerden. !5 november 1939 werd de lijn Harmelen-Breukelen definitief opgeheven. Het oude seinhuis deed nog tot 1963 dienst, waarna ook dit werd gesloopt.

De Putkop

De Putkop

Samenstelling: Ad van Rooijen
met dank aan het archief RHC Rijnstreek en Lopikerwaard te Woerden.

Bron:
Heemtijdinghen, 1982, 18e jaargang nr. 1. p. 23-28