Winter in Harmelen

Het is al weer enige tijd geleden, dat er geschaatst kon worden op de Rijn. Vroeger kwam het vaker voor dat het ijs sterk genoeg was. De belangen van de schippers en de schooljeugd lagen ver uit elkaar. Vaarwater of ijspret. Schippers, die het ijs braken kregen van de schooljeugd van alles naar de hun hoofd geslingerd.

Bij sterk ijs bestond de mogelijkheid om verre familieleden te bezoeken op de schaats. En met de slee kon men op een gemakkelijke en goedkope manier goederen vervoeren. In winterlandschappen op oude schilderijen ontbreken sleeën nooit. Door de tegengestelde belangen was er regelgeving nodig. Dit vindt men terug in de politieverordeningen inzake het vaarverbod tijdens een vorstperiode. Onderstaand verhaal is tot stand gekomen op basis van gegevens uit het Regionaal Historisch Centrum Rijnstreek en Lopikerwaard te Woerden. De foto´s komen uit de collectie van Carl Siegert.

winter 01 2009

Het gezag ondermijnd

Maandag 21 januari 1929 werd de rust in het landelijke Harmelen voor enige uren verbroken. Het was omstreeks acht uur in de avond. De gemeenteveldwachter hoorde in de verte op de Leidsche Rijn het geluid van krakend en brekend ijs. Dit geluid kwam steeds nader en ging gepaard met het gestamp van een hakkepuffend motortje. Deze geluiden zouden er op wijzen dat er twee verordeningen werden overtreden. Allereerst de Provinciale verordening die zegt dat “het gedeelte van den Leidschen Rijn van 50 M. ten Oosten van de monding van de Bijleveld tot de openbare school [ter hoogte van de tegenwoordige Rijnlaan] gesloten is verklaard voor alle vaartuigen die door eigen beweegkracht worden voortbewogen.”  De tweede verordening, de algemene politieverordening van de gemeente Harmelen, verbiedt het verbreken van ijs, dat een dikte heeft van 5 centimeter of meer. Beide verordeningen ten spijt stampte het schuitje puffend, blazend en ijsbrekend voort. Plotseling klonk er een gebiedend “Zet die motor af”. Het was de veldwachter J.D.J. Fortuin die zich deed gelden. De schipper weigerde echter aan het bevel gehoor te geven. Nogmaals sommeerde Fortuin de schipper de motor af te zetten. Tevergeefs. Wat de veldwachter ook probeerde om hem op andere gedachten te brengen, het had niet het gewenste resultaat.

Ondertussen was het op sensatie beluste deel van de Harmelense inwoners naar de bewuste plek toegekomen. Ook de burgemeester was gearriveerd, evenals de rijksveldwachter. Zelfs uit De Meern was hulp komen opdagen in de gedaante van twee politiedienaren. Het werd een spannend toneel, aldus de plaatselijke krant.

Dat moet het zeker geweest zijn, al week de berichtgeving in de krant hier en daar wel af van het rapport dat burgemeester J.W. Henderson nadien van het voorval optekende.

winter 02 2009

Deze scheen  er van tevoren al over ingeseind te zijn, dat er vanuit Utrecht een motorboot naderde met de bedoeling het ijs te verbreken en de vaart op te leggen. Daarop kreeg gemeenteveldwachter Fortuin  opdracht om op twee schijnbaar dunne plaatsen het ijs  stuk te hakken om een meting te verrichten. De dikte bleek 5,5 en 6,5 centimeter te zijn, waarmee duidelijk werd aangetoond dat er sprake was van een overtreding van de algemene politieverordening.

Vervolgens ging de burgemeester in gezelschap van de gemeenteveldwachter en van rijksveldwachter J.L. Paul naar de Rijn. Ter hoogte van het waarschuwingsbord “VERBODEN VOOR MOTORVAART” nabij de Bijleveld wachtte de burgemeester de boot op. Deze werd over het jaagpad geëscorteerd door een grote volksmenigte. Schipper Van Rijn werd op het bord opmerkzaam gemaakt, echter deze stoomde onverstoorbaar door. Even verder maakte de Rijn een haakse bocht. Dit was een geschikte plek om de schipper te bevelen te stoppen en naar de kant te komen. Nu gaf de schipper aan het bevel gehoor.

De burgemeester gaf de gemeenteveldwachter de opdracht schipper Van Rijn in het gemeentehuis voor te geleiden. Verder belde hij naar rijksveldwachter Rekoert uit Veldhuizen met het verzoek om zijn collega assistentie te komen verlenen. Terwijl van Rijn aan een verhoor werd onderworpen,  hoorden de veldwachter en burgemeester een motorboot aanslaan. Het klonk nu nog “sarrender en uitdagender”, aldus de krant. De burgemeester snelde naar buiten, even later gevolgd door Fortuin, die de schipper eerst maar even achter slot en grendel had gezet. Het bleek nu dat E.J. van Dijk, de eigenaar van de schuit, samen met L. Verboom al stomende verder ging met het breken van het ijs. In het kielzog werd hij gevolgd door motorboot De Tijdsgeest van schipper Van Aalst, die dus ook de regels aan zijn laars lapte. Ondanks het cellentekort in het raadhuis werden alle heren ingerekend en verhoord.

Van de diverse verhoren werd proces-verbaal opgemaakt. De burgemeester vond het echter van belang in zijn verslag aan de officier van justitie de verdachte E.J. van Dijk als “de intellectuele dader” aan te wijzen, “die den tocht opzettelijk op touw heeft gezet.” Van Dijk stoorde zich daarbij niet aan de verboden en legde wel heel brutaal gedrag aan den dag om tijdens het verhoor van Van Rijn het schip op te gaan om gewoon verder te varen. Nadat de burgemeester hem verhoord had, vroeg hij Van Dijk wat hij dacht verder te doen. Van Dijk antwoordde: “Wel, een paar gulden boete betalen bij schikking en doorvaren!”. De burgemeester dreigde hem met opsluiting, maar was bereid Van Dijk op zijn woord te geloven als hij beloofde niet door te varen. “En als ik dan tòch doorvaar?”, vroeg de schipper. Daarop antwoordde de burgemeester dat hij hem in dat geval van de schuit zou schieten. De burgemeester zei dat schieten zelf te doen en niet op te dragen aan een van de veldwachters. Tegelijkertijd legde burgemeester Henderson een revolver op tafel. Hij liet niet met zich spotten. Van Dijk beloofde toen niet door te varen.

Daarna was het, zoals de burgemeester het uitdrukte, nog een heel “getob” om zonder motorkracht de schuiten goed aan te leggen. Omdat er ter plaatse geen jaagpad was, stond de burgemeester uiteindelijk toe even de motor te gebruiken. De honderden mensen die waren komen kijken, werden gesommeerd naar huis te gaan. De rust keerde terug in het dorp.

De schippers lieten de pers na afloop weten, dat zij het verbod op het gebruik van de motor vooral bij ijsgang als erg knellend ervaren. “Niemand begrijpt welke motieven geleid hebben tot het uitvaardigen van een dergelijk verbod, waarmede aan de schippers veel schade en ongerief wordt veroorzaakt.”

Samenstelling: 2009, Frank van Rooijen